Volgende sectie
Volgende pagina: →5.6 Aandrijfcomponenten monteren
5.6.1 Moduledragers links en rechts monteren
WAARSCHUWING! Niet geborgde componenten kunnen bij belasting eraf vallen.
- ✓ Let bij montage van de moduledragers erop dat deze over de totale lengte in de looprail hangen.
- ✓ Moduledrager rechts (3) zo plaatsen, dat de meenemer niet met de motor botst.
- ✓ Moduledrager links (2) zo plaatsen, dat de meenemer niet met de vergrendeling of de zwenkrol botst. Posities, zie aandrijvingstekening.
- ✓ Voorgemonteerde moduledragers links (1) en rechts (3) met elk 4 schroeven op de looprail (2) monteren (draaimoment 3,5 Nm).
5.6.2 Tandriem monteren
- ✓ De tandriem op de motorrol en de keerrol aanbrengen, eventueel inkorten.
- ✓ De uiteinden van de tandriem (1) in tandriemslot (2) plaatsen (3 tanden per zijde).
5.6.3 Tandriem aan meenemer monteren
Toepasbaar voor 1-vleugelig en 2-vleugelig.
- ✓ Tandriemslot (1) aan meenemer, kort (2) schroeven. Draai de schroeven nog niet vast.
5.6.4 Tandriem spannen
- ✓ De tandriem moet met 300 N ±35 N worden voorgespannen (zie aandrijvingstekening).
- ✓ 2 schroeven (2) losdraaien.
- ✓ De motor (3) met de hand naar rechts schuiven.
- ✓ Schroef (1) openen en het glijblok zo verschuiven, dat tussen het glijblok en de motor een sleufschroevendraaier geschoven kan worden.
- ✓ Schroef (1) vastdraaien (draaimoment 10 Nm).
- ✓ Sleufschroevendraaier in de spleet schuiven en heffen, tot de tandriem is voorgespannen.
- ✓ 2 schroeven (2) vastdraaien (draaimoment 15 Nm).
5.6.5 Sluitstand instellen
Bij 2-vleugelige installaties:
- ✓ Schuifdeur in gesloten status schuiven.
- ✓ Tweede riemslot aan de lange meenemer monteren, de schroeven (2) nog niet vastdraaien.
- ✓ De stand fijn afstellen in de schuifrichting in de lange openingen (1).
- ✓ Wanneer de exacte sluitpositie ingesteld is, de schroeven (2) aan beide riemsloten vastdraaien (draaimoment 6 Nm).
5.6.6 Aanslagbuffer instellen
- ✓ Draadstiften (1) op de aanslagbuffer (2) losdraaien.
- ✓ Schuifdeur in open status schuiven.
- ✓ Aanslagbuffer op loopwagen schuiven.
- ✓ Draadstiften (1) met inbussleutel vastdraaien (draaimoment 3 Nm).
5.6.7 Tandriemvergrendeling (optie) positioneren
- ✓ Schuifdeur sluiten.
- ✓ Schroeven (1) aan de tandriemvergrendeling (optie) losdraaien.
- ✓ Vergrendelingselement uitlijnen. De vergrendelingspen (2) moet zich na montage zo in het boorgat in de kap bevinden, dat de vergrendeling kan worden ver- en ontgrendeld.
- ✓ Ruim zo nodig het boorgat.
- ✓ Schroeven (1) vastdraaien.
- ✓ Vergrendelingsgeleiding (4) zo instellen, dat de tandriem niet schuurt maar ook niet teveel lucht heeft. Daarvoor 2 schroeven (3) losdraaien, vergrendelingsgeleiding (4) verschuiven en schroeven (3) losdraaien, vergrendelingsgeleiding (4) verschuiven en schroeven (3) weer vastdraaien (draaimoment 5 Nm).
Let op: Tijdens de werking mag de meenemer de tandriemvergrendeling (optie) niet raken. Nadat de tandriem gemonteerd is, schakelpunten van de terugmeldschakelaar van de tandriem-vergrendeling (optie) controleren (klikken). Stel deze zo nodig af door de schakellippen te verbuigen.
5.6.8 Kabelhouder monteren
Pas op! Kabels kunnen doorgesneden worden!
- ✓ Kabels zo leggen dat er zich geen kabels in het gebied van de beweegbare delen bevinden.
- ✓ Kabelhouder (2) aan moduledrager (1) of looprail (3) bevestigen. Afstand kabelhouder ca. 200 mm.
5.6.9 Transformator en besturing verbinden
Let op het aansluiten van de aarding! Verwissel de aders niet!
- ✓ Transformator-kabel (2) met kabel (1) aan de transformator verbinden.
5.6.10 Tandriemvergrendeling (optie) en besturing verbinden
- ✓ Kabel tandriemvergrendeling (optie) (1) naar de besturing (2) leggen en insteken.
5.7 Aarding aansluiten
- ✓ Aardingsleiding (1) van de transformator met vlakke apparaatstekker verbinden.