News

GEZE Slimdrive SL NT: Installatie & Inbedrijfstelling

Volgende sectie

Volgende pagina: →
GEZE Slimdrive SL NT - Productietest en Inbedrijfstelling (Installatiehandleiding)

6.1 De aandrijving aansluiten

Waarschuwing! Levensgevaar door elektrische schok!
  • Elektrische installatie (230 V) uitsluitend door een elektromonteur of elektricien voor geprogrammeerde werkzaamheden laten aansluiten en loskoppelen.
  • Netaansluiting en de aardleiding overeenkomstig VDE 0100 Deel 600 uitvoeren.
Stroomtoevoerleiding (4) max. 40 mm strippen.
[Afbeelding: Aansluiting stroomtoevoerleiding met indicaties 9mm, PE, max 30mm, 10mm]
Stroomtoevoerleiding (4) isoleren.
  • Verwijderingslengte: 40 mm
  • Striplengte: 9 mm
  • Voorloop PE-geleiding: 10 mm
Aandrijving op 230 V-net aansluiten.
Hoofdschakelaar (2) op de transformator (3) inschakelen.
Accustekker (1) aan de besturing steken.
Productietest uitvoeren zoals beschreven in het aansluitschema Automatische schuifdeuren DCU1-NT / DCU1-2M-NT.

6.2 Kap monteren

Waarschuwing! Gevaar voor letsel!

Bij het bedienen van de kap kunnen personen gewond raken.

  • Kap uitsluitend met twee personen hanteren.
Waarschuwing! Gevaar voor letsel door eraf vallende kap!
  • Zorg ervoor dat de kap over de totale lengte aan de looprail ingehangen is.
  • De kap voorzichtig loslaten en controleren of deze stevig hangt.
Vergrendelingspen (1) uit de tandriemvergrendeling (optie) draaien.

6.2.1 Kap-inhangstuk monteren

Het kap-inhangstuk (1) in het bovenste of onderste schroefkanaal van de kap (2) schuiven.
Kap-inhangstuk (1) rechts en links met ca. 50 mm afstand van het kapeinde met 2 schroeven borgen (max. aanhaalmoment 1,5 Nm).
Koorden (rubberkoorden) (3) in de gemonteerde inhangstukken (1) van de kap steken.

6.2.2 Zijplaten-inhangstuk monteren

Zijplaten-inhangstuk (2) met bolcilinderschroef (3) in zijplaten (1) links en rechts schroeven (aanhaalmoment 1,5 Nm).

6.2.3 Kapaarding monteren

Voor de montage van de kapaarding controleren of het kap-inhangstuk (1) gemonteerd is.
Bevestigingsbout van de kapaarding (2) aan de kant van de aarding ca. 30 mm in het bovenste schroefkanaal slaan.

6.2.4 Kapbeveiligingskabel inhangen

Kapbeveiligingskabel (2) aan het kap-ophangstuk (3) in de kap (4) hangen.
Kapbeveiligingskabel (2) aan het inhangstuk (1) van de zijplaten hangen.

6.2.5 Kapaarding aansluiten

Aardingsleiding (2) van de kap met stekkeraansluiting van de vlakke apparaatstekker (1) verbinden.

Afhankelijk van de lengte van de aandrijving moet een tweede vlakke apparaatstekker voor de kapaarding gemonteerd worden, om de afstand tussen de transformator-aarding en de kapaarding te overbruggen.

6.2.6 Kap erop schuiven

Kap (1) op zijplaten (3) schuiven tot deze vergrendelt en controleren of deze ook in de buurt van de moduledragers en kabelhouders goed zit.
Correcte positie van het beveiligingskoord van de kap (2) en de aardleiding controleren. Er mag geen contact mogelijk zijn met bewegende onderdelen.
Vergrendelingspen (4) in de tandriemvergrendeling (optie) draaien.

De vergrendelingspen (4) moet zich na montage zo in het boorgat van de kap bevinden, dat de vergrendeling kan worden ver- en ontgrendeld.

Indien nodig, boorgat (5) in de kap vergroten.

6.3 Veiligheidsvoorzieningen monteren

Informatie over de aansluiting en parametrisering van de veiligheidssensoren en de in- en uitgangen en over de inbedrijfstelling vindt u in het aansluitschema.

Veiligheids- en aansturingsvoorzieningen monteren.
Kabels correct in de kabelkanalen leggen.

Elektrische installatie, zie bedradingsschema.

6.4 Bedieningselementen / schakelaar / knop monteren

Elektrische installatie, zie bedradingsschema.

Bedieningselementen zo monteren dat gebruikers zich niet in gevaarlijke gebieden kunnen begeven.

6.5 De deurinstallatie in bedrijf stellen

Informatie over de aansluiting en parametrisering van de veiligheidssensoren en de in- en uitgangen en over de inbedrijfstelling vindt u in het aansluitschema.

6.5.1 Controleboek bijhouden

Veiligheidsanalyse uitvoeren.
Gemonteerde opties in de veiligheidsanalyse voor de exploitant invoeren.

6.6 Demonteren

Waarschuwing! Levensgevaar door elektrische schok!
  • Elektrische installatie (230 V) uitsluitend door een elektromonteur of elektricien voor vastgelegde werkzaamheden laten loskoppelen.
Waarschuwing! Gevaar voor letsel!

Bij het bedienen van de kap kunnen personen gewond raken.

  • Hanteer de kap bij lengtes van meer dan 4 m uitsluitend met twee personen.
Pas op! Gevaar voor letsel door stoten en beknellen!
  • Beveilig de schuifdeur tegen onbedoelde bewegingen.
  • Ontkoppel de accu.

Demontage gebeurt in de omgekeerde volgorde van montage.

Previous
GEZE Slimdrive SL NT: Montage Aandrijfcomponenten
Next
GEZE Slimdrive SL NT: Service en Onderhoud (Handleiding)

Leave a Comment

Your email address will not be published.