News

GEZE DCU1-NT & DCU1-2M Handleiding: Veiligheid & Instructies

Volgende sectie

Volgende pagina: →

 

1. Inleiding

In deze handleiding zijn waarschuwingen opgenomen om u te attenderen op persoonlijk letsel en materiële schade.

  • Lees deze waarschuwingen door en neem ze te allen tijde in acht.
  • Volg alle maatregelen op die zijn gemarkeerd met het waarschuwingssymbool en een signaalwoord.

1.1 Symbolen en illustraties

Waarschuwingsniveaus
Symbool Signaalwoord Betekenis
WAARSCHUWING Gevaren voor personen.
Niet-naleving kan tot ernstig letsel of de dood leiden.
PAS OP Gevaren voor personen.
Het niet in acht nemen kan van licht tot middelzwaar letsel leiden.

Overige symbolen en illustraties

Om de correcte bediening te verduidelijken, worden belangrijke informatie en technische informatie specifiek aangeduid.

Symbool Betekenis
ℹ️ Belangrijke aanwijzing:
Informatie over het vermijden van schade aan voorwerpen.
📝 Aanvullende informatie:
De gebruiker moet extra attent zijn op belangrijke extra informatie. Er bestaat echter geen gevaar voor personen of voorwerpen, maar het is wel zeer nuttig om de extra informatie aandachtig te lezen.
Handeling:
Hier moet u actie ondernemen. Houd bij meerdere handelingen de vermelde volgorde aan.
🏃 -> 🚪 Vlucht- en reddingsweg:
Betekent dat de schuifdeur in vlucht- en reddingswegen mag worden gebruikt.
🚫 -> 🚪 Geen vlucht- en reddingsweg:
Betekent dat de schuifdeur niet in vlucht- en reddingswegen kan worden gebruikt.
BO Break-out:
Betekent dat de deurvleugels en zijdelen zijn voorzien van een break-out-functie.
Geen BO Geen break-out:
Betekent dat de functie bij break-out-deuren niet mogelijk is.

1.2 Productaansprakelijkheid

Volgens de in de wet productaansprakelijkheid bepaalde aansprakelijkheid van de fabrikant voor zijn producten moet de in deze gebruikershandleiding aanwezige informatie (productinformatie en beoogd gebruik, onjuist gebruik, prestatie van het product, onderhoud van het product, informatie- en instructieplichten) in acht worden genomen. Indien dit niet in acht wordt genomen, komt de aansprakelijkheid van de fabrikant te vervallen.

1.3 Speciale gevallen

In bepaalde gevallen kan de informatie in deze gebruikershandleiding afwijkend zijn. Voorbeelden:

  • Speciale bedrading
  • Speciale functie-instellingen (parameters)
  • Speciale software

Overige informatie krijgt u van de verantwoordelijke onderhoudsmonteur.

1.4 Verdere informatie

Informatie voor de inbedrijfstelling en het onderhoud vindt u in het aansluitschema en in de montagehandleidingen van de verschillende automatische schuifdeuren.

1.5 Begrippen

Begrip Verklaring
Aanstuurelement binnen (KI) Knop, schakelaar of bewegingsmelder voor de aansturing van de deuraandrijving. Het aanstuurelement bevindt zich binnen de door de deur afgesloten ruimte.
Functie: Actief in "Automaat" en "Winkelsluiting". Inactief in "Nacht/Vergrendeld" en "Uit".
Aanstuurelement buiten (KA) Knop, schakelaar of bewegingsmelder voor de aansturing van de deuraandrijving. Het aanstuurelement bevindt zich buiten de door de deur afgesloten ruimte.
Functie: Actief in "Automaat". Inactief in "Winkelsluiting", "Nacht/Vergrendeld" en "Uit".
Aanstuurelement bevoegd (KB) Toegangscontrole (bijv. sleuteltaster of kaartlezer) voor aansturing van de deuraandrijving door bevoegde personen.
Functie: Altijd actief ("Automaat", "Winkelsluiting", "Nacht/Vergrendeld", "Uit").
Veiligheidssensor Openen (SIO) Aanwezigheidssensor (bijv. actief-infrarood-lichtsensor) voor de beveiliging van het draaibereik van de deur in openingsrichting. De sensor beveiligt de zijkant.
Veiligheidssensor Sluiten (SIS) Aanwezigheidssensor (bijv. actief-infrarood-lichtsensor) voor de beveiliging van het draaibereik van de deur in sluitrichting. De sensor beveiligt de hoofdsluitzijde binnen en buiten.
Noodstop Zelfvergrendelende schakelaar waarmee in geval van gevaar de deuraandrijving direct kan worden onderbroken. De deuraandrijving blijft in de actuele positie staan, totdat de gebruiker de noodstopschakelaar weer ontgrendelt en daarmee de noodstopsituatie beëindigt.
Noodvergrendeling Bij het activeren van de noodvergrendeling wordt de deur gesloten en vergrendeld. De aansturingen en veiligheidsvoorzieningen zijn tijdens de sluitprocedure gedeactiveerd.
Reset Knop voor het opnieuw in bedrijf stellen van de aandrijving na het aanzetten van de bedrijfsspanning of na beëindiging van een brandalarm. Door het drukcontact in te drukken, wordt de in de aandrijving geïntegreerde automatische stopschakeling geactiveerd, waardoor de aandrijving wordt ingeschakeld.

2. Fundamentele veiligheidsinstructies

2.1 Voor de gebruiker

Lees voor de ingebruikname van de deur dit gebruikershandboek nauwkeurig door en neem het in acht. Neem de volgende veiligheidsinstructies altijd in acht:

  • De door GEZE voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en reparatievoorwaarden in acht nemen.
  • Werkzaamheden voor de inbedrijfstelling, de voorgeschreven montage en onderhoud moeten door vakmensen worden uitgevoerd, die door GEZE geautoriseerd zijn.
  • Aanvullende nationale en Europese richtlijnen moeten in acht worden genomen.
  • Uitsluitend voor toepassing in droge ruimtes.
  • De intervallen voor veiligheidstechnische inspecties moeten in overeenstemming met de nationale voorschriften worden aangehouden.
  • De aansluiting op de netspanning moet door een elektricien worden uitgevoerd.
  • Zonder toestemming van GEZE mogen er geen wijzigingen aan de installatie worden aangebracht. Bij zelf aangebrachte wijzigingen aan de installatie kan GEZE niet aansprakelijk gesteld worden bij daaruit ontstane schade.
  • De gebruiker is verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de installatie.
  • Het veilige bedrijf van de installatie moet regelmatig door een onderhoudsmonteur gecontroleerd worden.
  • Wanneer veiligheidsvoorzieningen verkeerd zijn afgesteld en zodoende hun bedoelde functie niet meer vervullen, mag de installatie niet langer worden gebruikt. De onderhoudsmonteur dient direct hiervan op de hoogte gebracht te worden.
  • Garandeer dat bij glazen deuren de veiligheidsstickers zichtbaar aangebracht zijn en deze in leesbare toestand zijn.
  • De programmaschakelaar beveiligen tegen onrechtmatige toegang.
  • Gevaar op letsel door scherpe randen aan de aandrijving bij het eruit nemen van de kap.
  • Gevaar op letsel bij eronder hangende onderdelen.
  • Het apparaat kan onder toezicht door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en door personen met verminderde lichamelijke, sensorische of mentale vaardigheden of gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden of indien ze over het veilige gebruik van het apparaat onderwezen zijn en de daarbij bestaande gevaren begrijpen.
  • Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
  • Het schoonmaken en onderhoud mag niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd.

2.2 Beoogd gebruik

2.2.1 Automatische deursystemen

  • Het schuifdeursysteem is voor het automatisch openen en sluiten van een doorgang.
  • Het schuifdeursysteem mag alleen verticaal geplaatst worden en in droge ruimten in de toegestane gebruiksomgeving gebruikt worden.
  • Het schuifdeursysteem is bestemd voor personenverkeer in gebouwen.
  • LET OP: Het schuifdeursysteem is niet bedoeld voor:
    • Industrieel gebruik
    • Toepassingsgebieden die niet voor personenverkeer dienen (bijv. garagedeur)
    • Bewegende voorwerpen zoals schepen
  • Gebruik is alleen toegestaan:
    • In door GEZE voorziene bedrijfsmodi
    • Met door GEZE toegestane / goedgekeurde componenten
    • Met door GEZE geleverde software
    • In door GEZE gedocumenteerde inbouwvarianten / montagewijzen
    • Binnen het gecontroleerde/toegestane toepassingsgebied (klimaat / temperatuur / beschermingsgraad)
  • Het automatische schuifdeursysteem Slimdrive SL-T30 is bedoeld voor toepassing bij brandwerende deuren.
  • Het automatische schuifdeursysteem Slimdrive SL-RD is bedoeld voor toepassing bij rookwerende deuren.
  • De automatische schuifdeursystemen Slimdrive RC2 en Slimdrive RC2 zijn bedoeld voor toepassing aan inbraakwerende schuifdeuren van weerstandsklasse 2.
  • Uitsluitend automatische FR- en BO- (break-out) schuifdeursystemen zijn bedoeld voor toepassing in vlucht- en reddingswegen.
Belangrijke aanwijzingen bij deuren in vlucht- en reddingswegen:
  • Geen voorwerpen in de doorgangsbreedte van de deur zetten.
  • Aanwezige beschermvleugels/veiligheidsdeuren op schuifdeuren moeten na de reiniging weer gesloten worden.
  • De programmaschakelaar voor de bedrijfsmodusomschakeling op automatische deuraandrijvingen moet tegen de bediening door onbevoegden beveiligd zijn.
  • Bij gebruik van een sleutelprogrammaschakelaar moet de sleutel na het wisselen van bedrijfsmodus verwijderd worden.
  • Het vergrendelen van de deur mag alleen door geautoriseerde personen gebeuren.

2.2.2 FR-aandrijvingen

De automatische FR-schuifdeuren zijn voorzien van componenten die toepassing in vlucht- en reddingswegen mogelijk maken.

Redundante uitvoering van de aandrijving (2 motoren)
Wanneer de netspanning uitvalt (bv. stroomuitval), worden de schuifdeuren met de accu geopend (niet bij de bedrijfsmodus "Nacht/Vergrendeld").
Overgang naar de veilige toestand
Wanneer in de aandrijving een storing wordt gedetecteerd, die het automatische openen van de schuifdeur nadelig beïnvloedt, worden de deurvleugels geopend.
Deactivering van de reddingswegfunctie
  • Door omschakeling naar de bedrijfsmodus "Nacht/Vergrendeld" is de schuifdeur niet langer beschikbaar als vluchtroute.
  • De bedrijfsmodus "Nacht/Vergrendeld" is geen conform de richtlijnen voor automatische schuifdeuren in reddingswegen (AutSchR) gedefinieerde bedrijfsmodus.
  • Uitsluitend daartoe geautoriseerde personen mogen na autorisatie (bijv. met het sleuteldrukcontact) op de programmaschakelaar de bedrijfsmodus omschakelen.
  • Omschakelen naar "Nacht/Vergrendeld" is uitsluitend toegestaan, wanneer de vluchtroute niet meer wordt gebruikt, d.w.z. wanneer zich geen personen meer in het gebouw bevinden of wanneer een vluchtplan alternatieve vluchtroutes voor deze periode bevat.
Gereduceerde openingsbreedte
Voor het programmeren van een gereduceerde openingsbreedte moet de gebruiker de voor de vluchtweg voorgeschreven vluchtwegbreedte schriftelijk kunnen overleggen. Uitsluitend wanneer dit document beschikbaar is, mag een gereduceerde openingsbreedte worden geprogrammeerd. De ingestelde gereduceerde openingsbreedte moet minimaal zo groot zijn als de voorgeschreven vluchtwegbreedte. De gereduceerde openingsbreedte mag niet kleiner zijn dan 30% van de volle openingsbreedte.
Productvariant FR-DUO
Twee vluchtrichtingen mogelijk.
Productvariant FR-LL
De deur wordt in de bedrijfsmodus "Winkelsluiting" vergrendeld, zodat openen van buitenaf niet meer mogelijk is.
Productvariant FR-RWS
Aanvullende bedrijfsmodus – net als "Nacht/Vergrendeld", maar met vergrendeling, die een tegen uitval beveiligde vluchtwegfunctie garandeert. Het openen wordt via een noodzakelijke noodschakelaar mogelijk gemaakt.

2.2.3 Break-out-aandrijvingen

De deurvleugels en zijdelen kunnen in de bedrijfsmodi "Automatisch", "Continu open" en "Winkelsluiting" in de vluchtrichting worden uitgebroken.

2.2.4 RC2-aandrijvingen

De inbraakwerende functie RC2 is uitsluitend in de bedrijfsmodus "Nacht/Vergrendeld" ingesteld. Als de deur in de bedrijfsmodus "Nacht/Vergrendeld" wordt gebruikt, is de reddingswegfunctie gedeactiveerd.

Previous
GEZE ECdrive T2 Accessoires: Sensoren, Schakelaars & Bediening
Next
GEZE ECdrive T2 Handleiding: Bedrijfsmodi & Instellingen

Leave a Comment

Your email address will not be published.