Volgend onderdeel
Volgende pagina: →
7. Inbedrijfstelling
(ook na reset met fabrieksinstelling (fact-setup))
7.1 Voorwaarden
- De aandrijving is volledig geïnstalleerd en op de juiste manier verbonden met de deurvleugel.
- De apart geleverde onderdelen zoals programmaschakelaars en impulsgevers (radarmelders, nacht/bank-sleutelschakelaars) zijn gemonteerd en aangesloten.
- De motor is koud.
7.2 Aandrijving in bedrijf stellen
- Schakel de aandrijving in bij de netschakelaar.
- Het display toont een serie tekens die de huidige staat weergeven. Het systeem wordt gecontroleerd.
- 2 heen en weer springende segmenten in het midden laten zien dat de besturing op interne signalen wacht (maximaal 1 seconde).
- 2 op- en neergaande segmenten geven aan dat de inbouwpositie kan worden ingevoerd. (Bij een onjuiste invoer staan de tekens in het display ondersteboven.)
- Druk op de onderste knop (alleen nodig bij de eerste inbedrijfstelling).
- Het apparaatkenmerk ‘loopt’ door het display:
ED 100resp.ED 250en de firmwareversie (weergegeven doorXX XX). - Een kleine draaiende ‘o’ en ‘P’ geven aan dat verdere parametrering vereist is (alleen tijdens de eerste inbedrijfstelling of na een reset met fabrieksinstellingen).
- Het apparaatkenmerk ‘loopt’ door het display:
- Stel de volgende parameters in:
- Wijze van montage (
AS) - Terugligging (
rd) - Deurbreedte (
Tb)
- Wijze van montage (
- De betekenis en de in te stellen waarden van de parameters zijn te vinden in de parameter-tabel.
7.3 Parameters wijzigen
- Menu openen: Druk de knop 3 seconden in om het parametermenu op te roepen.
- Selecteren: Druk op de knoppen om de gewenste parameters te selecteren.
- Weergeven: Druk op de knop om de parameterwaarde weer te geven.
- Wijzigen: Druk op de knop om de te wijzigen waarde te selecteren (de waarde knippert).
- Instellen: Druk op de knoppen om de gewenste waarde in te stellen.
- Opslaan: Druk op de knop om de gewijzigde waarde op te slaan.
- Terugkeren: Druk op de knop om terug te keren naar het parametermenu.
- Volgende: Druk op de knoppen om de volgende parameters te selecteren.
Na het verlaten van de parametreermodus geeft het display een kleine draaiende ‘o’ en ‘P’ aan.
7.4 Leercyclus uitvoeren
- Beveilig de actieradius van de deurvleugel.
- Sluit de deur en schakel de programmaschakelaar in de positie UIT.
- Een draaiende ‘o’ en ‘O’ geven aan dat een leercyclus noodzakelijk is.
- Druk de knop 3 seconden in.
- De deur voert verschillende bewegingen uit en het display toont een reeks tekens. De bewegingen van de deurvleugel mogen niet worden tegengehouden.
- De deur stopt in 70°-positie en wacht op de instelling van de openingsbreedte.
- Schuif de deur in de gewenste openingspositie en druk op de knop.
- Als de veerspanning te laag is, geeft het display een kleine draaiende ‘o’ en ‘F’ aan. Verhoog in dit geval de veerspanning en start de leercyclus opnieuw.
De deur is nu gereed voor gebruik.
Tips en Aanbevelingen
Op basis van de systeemtoleranties moeten na de automatische leercyclus de werkelijke krachten op het deurblad worden gemeten en eventueel zodanig worden gewijzigd dat voldaan wordt aan de lokale normen en voorschriften.
7.5 Inbedrijfstelling van een tweevleugelige installatie
- Stel de startvleugel in bedrijf.
- Schakel de programmaschakelaar na de leercyclus op CONTINU OPEN.
- Stel de standvleugel in bedrijf.
Extra parametrering
-
Bij de startvleugel:
- Parameter
dL(deurtype) op ‘1’ instellen. - Parameter
Ad(naloophoek) op de gewenste waarde instellen.
- Parameter
-
Bij de standvleugel:
- Parameter
dLop ‘2’ instellen.
- Parameter
7.6 Bepaling nulpunt na netreset
Tijdens de bepaling van het nulpunt geeft het display de kleine draaiende ‘o’ en ‘b’ aan.
7.7 Inbedrijfstelling met geïntegreerde rookmelder
Zie montagehandleiding ED Cover Basic RM of ED Cover VARIO RM.
8. Upgrade-cards installeren
8.1 Voorwaarden
- De aandrijving is volledig gemonteerd.
- De leercyclus is succesvol afgesloten.
- De netspanning is ingeschakeld.
- De programmaschakelaar staat op de positie UIT.
- Het informatiedisplay geeft de rusttoestand aan.
8.2 Gebruik in tweevleugelige installaties
- Full-energy: De upgrade-card full-energy kan op een of op beide aandrijvingen worden geïnstalleerd.
- Brandbeveiliging: De upgrade-card brandbeveiliging moet op beide aandrijvingen worden geïnstalleerd.
- Professional: De upgrade-card professional wordt alleen op de aandrijving voor de startvleugel geïnstalleerd.
- DCW: De upgrade-card DCW wordt alleen op de aandrijving geïnstalleerd waarop DCW-producten worden aangesloten.
8.3 Eerste upgrade-card installeren
- Steek de upgrade-card in het slot.
- Tijdens het plaatsen knippert de gele led eenmaal.
- De gegevens worden overgedragen. De communicatie tussen de modules wordt weergegeven door het langzaam knipperen van de groene led.
- De betreffende functie is nu ontgrendeld en kan worden geactiveerd (zie parameters
F1–F8).
- De installatie is klaar voor gebruik.
8.4 Andere upgrade-cards installeren
Er kunnen nog meer upgrade-cards worden geïnstalleerd. De eerste geïnstalleerde upgrade-card krijgt de functie van containermodule. Alle geïnstalleerde functies kunnen gebruikt worden zolang de containermodule in het aandrijfsysteem is geïnstalleerd.
- Verwijder de containermodule.
- Plaats de volgende upgrade-card.
- De functie wordt in het aandrijfsysteem gekopieerd, en de update-card wordt ongeldig.
- Verwijder de upgrade-card, zodra de gele led gaat branden.
- Plaats de containermodule.
- De besturing herkent de containermodule en slaat de nieuwe functie daarin op.
- Het langzaam knipperen van de groene led geeft de succesvolle werking aan, de functie kan worden geactiveerd (zie parameters
F1–F8).
- Als de containermodule wordt verwijderd, worden de eerder ontgrendelde functies na enige tijd gedeactiveerd.
- Voor het opnieuw installeren van de upgrade-card moet een uitgebreide fabrieksinstelling worden uitgevoerd.
- Bij vervanging van de besturing wordt de containermodule van de oude op de nieuwe besturing geplaatst. De nieuwe besturing synchroniseert zich met de containermodule en alle functies staan weer ter beschikking.
- Bij het plaatsen van een reeds ontgrendelde upgrade-card wordt deze afgewezen (aangegeven door het snel knipperen van de gele led). De module wordt dan niet ongeldig gemaakt.
- Bij het plaatsen van de containermodule van een externe besturing wordt de containermodule afgewezen (snel knipperen van de gele en groene led). De module kan slechts bindend gesynchroniseerd worden met één besturing.
8.4.1 Upgrade-card brandbeveiliging installeren
- Installeer de upgrade-card brandbeveiliging zoals beschreven is bij punt 8.3 en 8.4.
- Plaats de bijgeleverde lichtgeleider in de grootste opening in de zijafdekking aan de netschakelaarzijde.
8.4.2 Upgrade-card obstakelvrij toilet
- Installeer de upgrade-card obstakelvrij toilet zoals beschreven is bij punt 8.3 en 8.4.
- Schakel de ED 100 / ED 250 uit en weer aan, zodat de functies overgenomen worden.
- Let op: Bij gebruik van de upgrade-card obstakelvrij toilet, let op de gewijzigde klemmenbezetting.